Zoekresultaat: 73 artikelen

x
Artikel

Access_open De casus ‘Gronddossier Palmen’

Rekenkameronderzoek voor een diep verdeelde gemeenteraad

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, juni 2018
Auteurs Etienne Lemmens
SamenvattingAuteursinformatie

    Het is nog een twistpunt of rekenkamercommissies met raadsleden in de wet mogelijk blijven. Deze bewijzen evenwel continu hun effectiviteit en toegevoegde waarde in het lokale bestuurlijke bestel. Ook, en misschien juist, in politiek gevoelige situaties. Dat wordt in dit artikel aangetoond aan de hand van de casus van het zogenoemde gronddossier Palmen in Brunssum. De ophef over een integriteitskwestie rond de wethoudersbenoeming van Palmen in oktober 2017 reikte tot ver buiten de gemeentegrenzen, tot in Den Haag aan toe. Op verzoek van de raad heeft de rekenkamercommissie Brunssum de feiten van het dossier gereconstrueerd met stukken en gebeurtenissen die gerelateerd waren aan een grondtransactie uit 1976. Door een vooronderzoek uit te voeren, scherp te blijven op de grenzen van de taak van de rekenkamercommissie en de opdracht, en waarborgen in het onderzoeksproces in te bouwen kon de rekenkamercommissie het onderzoek adequaat uitvoeren. Daarmee werd de raad in staat gesteld eigenstandig zijn mening te vormen over een complex dossier en daarmee indirect over de betreffende integriteitskwestie.


Etienne Lemmens
Etienne Lemmens is voorzitter van de rekenkamercommissie Brunssum, voorzitter van de rekenkamercommissie Landgraaf, plaatsvervangend voorzitter van de rekenkamer Heerlen, penningmeester van Rekenkamer BEL (Blaricum, Eemnes en Laren) en penningmeester a.i. van de Nederlandse Vereniging van Rekenkamers en Rekenkamerfuncties (NVRR). Daarnaast is hij bestuurslid van de sector FNV Zelfstandigen en vennoot van Prae Advies & Onderzoek, een samenwerkingsverband op het gebied van sociale zekerheid en arbeidsmarktvraagstukken.

    In 2015 is de Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek (RPE) ingevoerd, met vier methodologische kwaliteitscriteria waaraan beleidsdoorlichtingen moeten voldoen en waarop een onafhankelijk deskundige toetst. Uit een verkennende analyse van 164 beleidsdoorlichtingen van 2006 tot en met 2017 blijkt een kwart hieraan te voldoen. Sinds 2015 is de kwaliteit van beleidsdoorlichtingen niet verbeterd, noch is er meer inzicht in doelmatigheid en doeltreffendheid. De invoering van kwaliteitscriteria en de onafhankelijke toetsing daarop resulteren mogelijk, maar niet gegarandeerd in betere beleidsdoorlichtingen. De RPE blijkt geen werkbaar instrument om beleid door te lichten. Het beantwoorden van doorlichtingsvragen is onmogelijk bij gebrek aan onderliggend evaluatiemateriaal en resulteert in antwoorden die weinig inzicht geven in het beleid. Verruiming is nodig: de RPE moet stimuleren om via diverse wegen en soorten informatie te komen tot een gefundeerde onderbouwing van beleidseffecten. Richtinggevend, niet dwingend. Syntheseonderzoek volstaat niet, aanvullend onderzoek is nodig. De onafhankelijk deskundige moet vooral methodologisch expert zijn en vroegtijdiger worden betrokken bij de beleidsdoorlichting.


Meyken Houppermans
Meyken Houppermans is zelfstandig onderzoeker en adviseur, gepromoveerd op de relatie tussen de kwaliteit van de beleidsvoorbereiding en de effectiviteit van rijksbeleid. Zij is gespecialiseerd in complexe politiek-bestuurlijke vraagstukken, beleidsvoorbereiding en beleidsevaluatie.
Artikel

Access_open Welke factoren bevorderen of belemmeren het gebruik van beleidsevaluaties?

Resultaten van een studie bij de Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, maart 2018
Auteurs Marjolein Bouterse en Valérie Pattyn
SamenvattingAuteursinformatie

    Alhoewel het gebruik van beleidsevaluaties (of het gebrek eraan) een van de meest besproken thema’s is in de evaluatieliteratuur, berust veel onderzoek over het thema enkel op anekdotisch bewijs, en zijn er nauwelijks studies beschikbaar die aandacht hebben voor de samenhang tussen verschillende factoren die impact kunnen hebben op het gebruik. In voorliggend artikel presenteren we de resultaten van een studie waarin we hebben getracht om op een systematische wijze inzicht te bieden in de combinaties van factoren die instrumenteel gebruik van beleidsevaluaties bevorderen of verhinderen. We onderzochten in dit verband alle evaluaties die in de periode 2013-2016 werden uitgevoerd bij de Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie. Via Qualitative Comparative Analysis (QCA) bekeken we welke combinaties van de volgende factoren als noodzakelijk en/of voldoende bleken voor evaluatiegebruik: (1) politiek gehalte van het onderwerp, (2) interesse van de beleidsmakers, (3) aanwezigheid van nieuwe kennis in de evaluatie, en (4) de timing van de evaluatie.
    Voor de praktijk van beleidsmakers en evaluatoren benadrukken we het belang van tijdigheid en interesse voor een evaluatie. Onze analyse laat zien dat professionals die op deze factoren inzetten, een gunstig klimaat creëren voor het gebruik van evaluaties. Wat betreft tijdigheid lijkt het van belang de evaluatie te laten sporen met het schrijfwerk van een beleidsafdeling aan nieuw beleid of grote beleidsveranderingen. Goede anticipatie en een sterke institutionalisering van het evaluatieproces zijn hiertoe cruciaal. Of het thema van de evaluatie een sterke politieke gevoeligheid kent, is minder belangrijk. Mits sprake is van de juiste omgevingscondities, kunnen ook dergelijke evaluaties sterk instrumenteel worden benut.


Marjolein Bouterse
Marjolein Bouterse studeerde Political Science and Public Administration (research master) in Leiden. Dit onderzoek is uitgevoerd in het kader van haar scriptie. Inmiddels werkt zij als junior beleidsonderzoeker bij Regioplan Beleidsonderzoek.

Valérie Pattyn
Valérie Pattyn is universitair docent aan het Instituut Bestuurskunde van de Universiteit Leiden. Haar voornaamste onderzoeksexpertise situeert zich op het terrein van evidence-informed beleid, de politiek van beleidsevaluatie en beleidsadvisering. Daarnaast voert ze zelf ook geregeld evaluatiestudies uit binnen meerdere beleidsdomeinen.

    De digitalisering van de samenleving heeft verschillende gevolgen voor de overheid en overheidsbeleid. Eén daarvan heeft betrekking op de manier waarop beleidsanalyse kan worden gebruikt. In deze bijdrage worden de mogelijkheden van meer adaptieve vormen van beleidsanalyse verkend, waarbij beleidsvoerders stap voor stap en op basis van informatie uit het beleidsproces proberen meer over de beleidsuitvoering te leren. Die vorm van beleidsanalyse, die op een aantal punten afwijkt van eerdere vormen, heeft gevolgen voor de organisatie van de overheid maar ook voor de wijze waarop het toezicht moet worden ingericht. Dat levert interessante vragen en spanningen op voor de ‘digitale’ overheid.


Bernard Steunenberg
Bernard Steunenberg is als hoogleraar verbonden aan het Instituut Bestuurskunde, Universiteit Leiden.

    De Operatie Inzicht in Kwaliteit van het kabinet-Rutte III moet leiden tot beter overheidsbeleid door de kennis over de doeltreffendheid en doelmatigheid te vergroten en het evaluatiestelsel te verbeteren. De Operatie moet een cultuuromslag realiseren, niet via verplichte voorschriften maar via intrinsieke betrokkenheid. Zo’n Operatie kost veel tijd en geld en kent een politiek risico. Zolang het uitgangspunt blijft dat effectiever overheidsbeleid te realiseren is door meer aandacht voor doelmatigheid en doeltreffendheid, is de kans op verbetering klein. De uitvoerbaarheid en aanvaardbaarheid van beleid in de praktijk blijven dan te veel uit het zicht, en daarmee ook de werkelijke effectiviteit van beleid. Het institutionaliseren van ook deze twee criteria via een vernieuwde Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek (RPE) zal resulteren in beter beleid en politieke verantwoording. De cultuuromslag ontstaat vanzelf wanneer de vernieuwde RPE een vanzelfsprekende manier van werken wordt. Een cultuuromslag is wel degelijk te realiseren met een voorschrift. Eenvoudiger, sneller, goedkoper en met minder politiek risico.


Meyken Houppermans
Meyken Houppermans is zelfstandig onderzoeker en adviseur, gepromoveerd op de relatie tussen de kwaliteit van de beleidsvoorbereiding en de effectiviteit van rijksbeleid. Zij is gespecialiseerd in complexe politiek-bestuurlijke vraagstukken, beleidsvoorbereiding en beleidsevaluatie. Dit essay is gebaseerd op haar proefschrift.
Essay

Access_open Hoe verhogen we het rendement van kennis voor beleid?

Van beleidscontrol naar leerproces

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, december 2017
Auteurs Hans Peter Benschop
SamenvattingAuteursinformatie

    De preoccupatie met evidence based beleid miskent de exploratieve waarde van wetenschap voor beleid. In veel en de meest uitdagende beleidsprocessen, zoals de grote transities aangaande energie, zorg, landbouw en circulaire economie, moet de overheid beslissingen in onzekerheid nemen. Het beleidsonderzoek zou zich minder moeten bezighouden met wat zeker is en meer met wijs handelen in onzekerheid. Wetenschappers kunnen de besluitruimte voor politici duiden, en kunnen aangeven wat mogelijk effectieve maatregelen zijn. Dit bescheiden, voorzichtig aftasten van de werkelijkheid vereist arena’s waar wetenschap, bestuurders en volksvertegenwoordigers in gesprek zijn over de toepassing van wetenschappelijke inzichten in de praktijk van het hier en nu. Op diverse plekken in Nederland wordt geëxperimenteerd met dergelijke arena’s.


Hans Peter Benschop
Hans Peter Benschop (1960) leidt het Trendbureau Overijssel. Daarvoor was hij werkzaam voor de gemeente Apeldoorn en diverse ministeries. Hij studeerde filosofie in Utrecht en Parijs en is gepromoveerd in Leiden.

    In deze column reageert de auteur op de WODC-affaire: de conclusies van een onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van (toen nog) Veiligheid en Justitie naar de overlast van coffeeshops zouden op verzoek van beleidsambtenaren in de politiek gewenste richting zijn omgebogen. Dekker gaat na wat de aandacht voor dit voorval kan betekenen voor de relatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer.


Bart Dekker
Bart Dekker is directeur van het College voor de Rechten van de Mens en is daar onder andere verantwoordelijk voor de onderzoeks- en adviesfunctie. Hij heeft jarenlange ervaring in het beleidsonderzoek, onder andere in de functie van directeur van Research voor Beleid en van Panteia, waarin Research voor Beleid is opgegaan. Bart Dekker is onlangs toegetreden tot de redactie van Beleidsonderzoek Online.

    Er is de laatste tijd veel aandacht voor het omgaan met onzekerheid en dynamiek in beleid. Zo is er recent de roep om leren door doen, door een overheid die samen met de samenleving het experiment aan durft te gaan. Zo’n benadering van beleid als gezamenlijk experiment is veelbelovend, maar vergt ook passende methoden voor beleidsevaluaties. Adaptief beleid speelt hierop in. De laatste jaren is een belangrijke stap gezet in de ontwikkeling van methoden waarmee adaptief beleid ontwikkeld kan worden. Voor de evaluatie en de rol van evaluaties heeft dit belangrijke implicaties. In dit artikel wordt hierop verder ingegaan, op basis van ervaringen met adaptief beleid en beleidsevaluatie binnen het Nederlandse Deltaprogramma.


Leon Hermans
Leon Hermans is werkzaam aan de Technische Universiteit Delft, Faculteit Techniek, Bestuur en Management.
Essay

Access_open Beleidsevaluaties: meer dan een ritueel!

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, september 2017
Auteurs Frans de Haan en Jan-Maarten van Sonsbeek
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit essay is een reactie vanuit het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op de column ‘Beleidsevaluatie als ritueel’ van Peter van Hoesel (BO januari 2017).


Frans de Haan
Frans de Haan is als onderzoekscoördinator werkzaam bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Jan-Maarten van Sonsbeek
Jan-Maarten van Sonsbeek is als Chief Science Officer werkzaam bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

    In dit essay biedt de auteur een handreiking voor creatieve samenwerking, niet als oplossing of regel, maar als creatief proces dat steeds per geval en situatie in elke fase van beleidsonderzoek kan worden ingericht. De auteur doet dit aan de hand van een aantal door de auteurs van Kennis voor beleid (2015) geformuleerde criteria.


Henrick Fabius
Henrick Fabius is jurist/consultant/onderhandelaar en ervaringsdeskundige op het terrein van nationaal en internationaal beleid en bestuur. Thans werkt hij als adviseur, is voorzitter van Nieuw Nederland Nu! en promoveert op het onderwerp ‘sturing op basis van waarden’ om te komen tussen partijen tot een vast patroon van ‘richting, ordening en bijstelling’ van handelen. Zijn specialisatie is het ordenen van samenwerking tussen de drie b’s: ‘burgers, bedrijven en bestuur’.
Essay

Access_open Geef programmeringsorganen toch maar een kans

Reactie op het essay van Frans de Haan en Jan-Maarten van Sonsbeek

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, september 2017
Auteurs Peter van Hoesel
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage reageert de auteur op het essay van Frans de Haan en Jan-Maarten van Sonsbeek: Beleidsevaluaties: meer dan een ritueel! (BO september 2017).


Peter van Hoesel
Peter van Hoesel is emeritus hoogleraar Toegepast beleidsonderzoek bij de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Access_open Framing en beleid

Over waarheden maken, kraken en aan elkaar haken

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, september 2017
Auteurs Ellen Wayenberg
SamenvattingAuteursinformatie

    Over eenzelfde beleid circuleren meerdere waarheden. Hoe valt dit te begrijpen? We gaan op verkenning rond ‘frame’ en ‘framing’ als veelgebruikte concepten in beleidsonderzoek. Na scherpstelling leert ons literatuuroverzicht dat een beleidskader idealiter gemarkeerd wordt als stabiel (naar basiselementen van structuur) maar in de praktijk geldt als inherent volatiel (naar voorkomen en effect). Iteratieve en vaak interactieve processen van framing kunnen dit verklaren zoals we aantonen met een case rond de Lokale Integrale VeiligheidsCellen (LIVC’s) in Brussel. Die case illustreert ook dat overheidsactoren zelf framen én met wisselend succes. Dat succes is te wijten aan factoren op individueel en institutioneel niveau en is cruciaal om vandaag te doorgronden. Want weten hoe een (on)waarheid over beleid te maken, is een eerste stap om framing (mogelijk) te kraken of meer te hanteren als tool om diverse frames, en dus finaal ook burgers, beter aan elkaar te haken. De voorbeelden van beleid en onderzoek in deze bijdrage zijn gekozen rond ‘wicked issues’ op diverse niveaus en terreinen van overheidsoptreden in België en elders.


Ellen Wayenberg
Ellen Wayenberg is professor aan de Faculteit Economie en Bedrijfskunde van de Universiteit Gent. Ze is gespecialiseerd in publiek bestuur en beleid met een bijzondere interesse voor beleidsanalyse en -evaluatie, lokaal bestuur en multi-level governance.
Artikel

Access_open Meer rendement halen uit investeringen in een betere beleidsvoorbereiding

Over samenspraak bij beleid en beleidsexperimenten bij het ontwikkelen van effectief rijksbeleid

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, juni 2017
Auteurs Meyken Houppermans
SamenvattingAuteursinformatie

    Een gedegen beleidsvoorbereiding kan beleidsfalen voorkomen. Hoewel deze thematiek al jaren aandacht krijgt in de politiek, lukt het de rijksoverheid nog niet hieraan structureel succesvol invulling te geven. In het licht van de recente Tweede Kamer verkiezingen is er hernieuwde aandacht voor samenspraak bij beleid en beleidsexperimenten om te komen tot beter beleid. Het rendement daarvan is naar verwachting beperkt. Ten eerste omdat samenspraak vaak zodanig ingeperkt is, dat de invloed van kennis voor beleid beperkt blijft. Ten tweede omdat wetenschappelijke kennis prevaleert boven de voor beleidseffectiviteit noodzakelijke tacit knowledge. De rijksoverheid kan meer rendement halen uit investeringen in een betere beleidsvoorbereiding, door de structurele afweging tot de inzet van samenspraak en beleidsexperimenten bij nieuw of gewijzigd beleid; verantwoording van deze afweging, alsmede onafhankelijke toetsing van de te verwachten beleidseffectiviteit. Investeringen in handreikingen zijn weinig zinvol. De gemeente Rotterdam geeft een goed voorbeeld.


Meyken Houppermans
Meyken Houppermans is bestuurskundig socioloog, gepromoveerd op de relatie tussen de kwaliteit van de beleidsvoorbereiding en de effectiviteit van rijksbeleid. Zij is zelfstandig adviseur/onderzoeker, gespecialiseerd in complexe politiek-bestuurlijke vraagstukken, beleidsvoorbereiding en beleidsevaluatie. Zij heeft diverse onderzoekscommissies ondersteund, begeleidt beleidsdoorlichtingen en publiceert.

    De bundel Kennis voor beleid (2015), onder redactie van Peter van Hoesel, Jos Mevissen en Bart Dekker, is een boek voor iedereen die werkzaam is op het snijvlak van onderzoek en beleid. De uitgave is vooral opgezet als leerboek of overzichtswerk voor studenten, beleidsonderzoekers en beleidsmedewerkers die in hun dagelijkse praktijk te maken hebben met beleidsonderzoek.


Marieke Gorrée
Marieke Gorrée is senior beleidsmedewerker bij de directie Participatie en Decentrale Voorzieningen van SZW.

Peter van Hoesel
Peter van Hoesel is emeritus hoogleraar Toegepast beleidsonderzoek bij de Erasmus Universiteit Rotterdam.

    De positieve benadering van evaluatie in relatie tot het bereiken van succes is een frisse wind. Het wordt inderdaad tijd dat evaluatoren gebruikers meer helpen en stimuleren om van (beleids)ervaringen te leren. En: dat geëvalueerden zich daarvoor vanaf het begin openstellen. Aandachtspunt is wel dat de evaluator daarbij zijn of haar waardevolle kritische (kennis)blik niet verliest.


Carolien Klein Haarhuis
Carolien Klein Haarhuis is onderzoeker bij het WODC (Ministerie van Veiligheid en Justitie), lid van de Werkgroep van het VIDE-Evaluatorennetwerk en bestuurslid van de European Evaluation Society (EES).

    Nationaal en internationaal staat onderzoek dat maatschappelijk relevant is, wetenschappelijk gezien hoge kwaliteit heeft, en zowel integer als efficiënt wordt uitgevoerd in de schijnwerpers. Het achterliggende idee is dat alleen zo de gewenste maatschappelijke impact kan worden bereikt. Door het bevorderen van verantwoorde onderzoekspraktijken, waarbij er onder andere expliciet aandacht is voor aspecten als stakeholderparticipatie, interdisciplinaire samenwerking, replicatie en systematische reviews, kunnen financiers of programmeurs van onderzoek hieraan bijdragen. In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de wijze waarop ZonMw dat doet als kennisprogrammeur op het gebied van het gezondheidsonderzoek. Hiertoe is een toetsingskader ontwikkeld en toegepast op zestien lopende onderzoeksprogramma’s, dat ook voor andere domeinen en actoren betekenis heeft. Een belangrijke aanbeveling is dat ‘verantwoord programmeren’ een eigen kennisbasis behoeft om de toegevoegde waarde ervan te kunnen bepalen. Naast investeringen in metaonderzoek vraagt dat om een goede monitoring en informatievoorziening bij de kennisprogrammeur.


Wendy Reijmerink
Wendy Reijmerink is stafmedewerker Strategie en Innovatie bij ZonMw. Zij werkt aan een promotie over de maatschappelijke impact van publieke kennisprogrammering.

Wija Oortwijn
Wija Oortwijn is sectorleider Zorg bij Ecorys. Zij heeft jarenlange ervaring met evaluaties van beleid en onderzoeksprogramma’s alsmede impactanalyses op het terrein van de zorg.
Column

Access_open Inkoop belemmert overheidsbeleid?!

Reactie op de column ‘Inkopen doen’ van Jos Mevissen

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, september 2016
Auteurs Bestuur van de Vereniging voor Beleidsonderzoek (VBO)
Samenvatting

    Aan het eind van zijn column ‘Inkopen doen’ vraagt Jos Mevissen de lezer om te reageren (zie Beleidsonderzoek Online januari 2016). Zijn column gaat over negatieve ontwikkelingen op het gebied van inkoop voor beleidsonderzoek. Bevordering van een goede marktwerking in de markt voor beleidsonderzoek is een van de speerpunten van de Vereniging voor Beleidsonderzoek (VBO). In deze bijdrage reageert de vereniging op de column van Jos Mevissen.


Bestuur van de Vereniging voor Beleidsonderzoek (VBO)
Essay

Access_open De relatie tussen burgers en overheden: nu echt aan herijken toe!

Achtergrond en aanleiding

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, november 2016
Auteurs Tjeerd Bandringa en Rob van Engelenburg
SamenvattingAuteursinformatie

    Burgers willen meer en nadrukkelijker zelf invloed hebben op hun eigen en de collectieve leefomgeving. Overheden worstelen met dit, an sich legitieme, vraagstuk, met name hoe dit vorm en inhoud gegeven moet worden binnen de vastgelegde kaders. De huidige procesgang in de relatie tussen burgers en overheden bij leefomgevingsingrijpen is gebaseerd op het aloude vierluik (spoor 1): de overheid informeert de belanghebbende burgers over haar voornemens, burgers kunnen zienswijzen indienen, die al dan niet meegenomen worden, daarna bestaat de mogelijkheid van bezwaar aantekenen (niet bindend), en tot slot kan een beroepsprocedure bij de Raad van State worden doorlopen (wel bindend maar steeds minder effectief). Kortom, een erg defensieve en steeds minder resultaatgerichte benadering. De auteurs van deze bijdrage pleiten nu voor de ontwikkeling van een tweede spoor waarbij constructieve burgerparticipatie via samenspraak en samenwerking optrekt met het bevoegd gezag om vaak sneller en goedkoper tot projectresultaten met draagvlak te komen. Helaas zijn zowel aan de zijde van de burgers als bij veel overheden de noodzakelijke randvoorwaarden nog niet ingevuld om deze coproductie op voorhand succesvol te laten verlopen. De auteurs doen een oproep aan bestuurders en politici om hier invulling aan te geven. Praktijkervaringen wijzen uit dat constructieve burgerparticipatie veel meerwaarde heeft, met name ook voor overheden.


Tjeerd Bandringa
Tjeerd Bandringa heeft als werktuigbouwkundig ingenieur meer dan 30 jaar (inter)nationale projectervaring in de procesindustrie op het gebied van energie en utilities. Hij houdt zich bezig met burgerparticipatie bij infraprojecten.

Rob van Engelenburg
Rob van Engelenburg is afgestudeerd als economisch geograaf en bestuursplanoloog en is ruim 33 jaar werkzaam bij diverse brancheorganisaties en de Vereniging van Kamers van Koophandel, in de belangenbehartiging van het georganiseerd bedrijfsleven richting overheidsinstanties. Hij is als burger betrokken bij nationale, regionale en lokale projecten, veelal op infragebied.

    Bedrijven en andere organisaties ontvangen vaak veel enquêtes en klagen over de lastendruk hiervan. Tevens dalen responsaantallen en zijn er zorgen over de kwaliteit van de respons. In dit artikel wordt beschreven wat er gedaan kan worden om de motivatie van bedrijven en organisaties, en hun respondenten, te verhogen om daarmee bij organisatie- en bedrijfsenquêtes de responsaantallen en de responskwaliteit te verbeteren.


Vanessa Torres van Grinsven
Vanessa Torres van Grinsven is docent onderzoeksmethoden bij Wageningen University & Research. Haar ervaring en expertise liggen bij zowel de kwalitatieve als kwantitatieve onderzoeksmethodes, met een focus op mixed methods en interdisciplinair onderzoek. Zij promoveerde in 2015 op een onderzoek naar motivatie bij het invullen van bedrijfsenquêtes en het verbeteren daarvan.
Toont 1 - 20 van 73 gevonden teksten
« 1 3 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.