Citeerwijze van dit artikel:
Fenna van Marle, ‘De kloof overbruggen’, 2024, januari-maart, DOI: 10.5553/BO/221335502024001

DOI: 10.5553/BO/221335502024001

Beleidsonderzoek OnlineAccess_open

Column

De kloof overbruggen

Onderzoeker als deel van de oplossing, maar ook van het probleem

Auteurs
DOI
Toon PDF Toon volledige grootte
Samenvatting Auteursinformatie Statistiek Citeerwijze
Dit artikel is keer geraadpleegd.
Dit artikel is 0 keer gedownload.
Aanbevolen citeerwijze bij dit artikel
Fenna van Marle, 'De kloof overbruggen', Beleidsonderzoek Online januari 2024, DOI: 10.5553/BO/221335502024001

    Maatschappelijke kloven worden groter en dieper. Verwijdering tussen verschillende groepen in de samenleving neemt toe en door sommige groepen wordt ‘de wetenschap’ in toenemende mate gewantrouwd. Om het tij te keren is het van belang dat wij kritisch naar ons eigen aandeel hierin gaan kijken. Hiervoor moeten we de ideologische, politieke en/of culturele normen en waarden die onderzoek, en onszelf, beïnvloeden erkennen, expliciteren en bevragen. Op die manier kunnen we maatschappelijke kloven overbruggen, in plaats van deze te vergroten.

Dit artikel wordt geciteerd in

      Wanneer je je, zoals ik, in een actiegerichte sociaalwetenschappelijke (LinkedIn-)bubbel bevindt, krijg je dagelijks de indruk dat er werkelijk overal groepen onderzoekers, ambtenaren, community-builders, stichtingen, verenigingen, sociaal ondernemers, maatschappelijke organisaties, integrale programma’s, bewoners en kwartiermakers naar hartenlust maatschappelijke impact aan het maken zijn. ­Tegelijkertijd, als je die bubbel even uitstapt, lijkt al dit participeren, co-creëren, innoveren, veranderen en verbinden niet of nauwelijks te leiden tot die gewenste structurele verandering die vaak ten grondslag ligt aan al deze initiatieven. Al dit harde werk overbrugt op microniveau wellicht wel maatschappelijke kloven, op macroniveau ziet het ernaar uit dat de maatschappelijke polarisatie alleen maar toeneemt.

      Om de groeiende maatschappelijke kloven te verkleinen, moeten we de hand in eigen boezem steken: af en toe uit de eigen bubbel stappen en van een afstandje kijken naar wat we aan het doen zijn. Dit kan zeer oncomfortabel zijn, maar als we dergelijke aanbevelingen doen aan anderen, mag van ons verwacht worden dat we hetzelfde doen. Dat begint bij oog hebben voor eventuele negatieve bijeffecten van ons onderzoek (zoals we ook graag willen dat beleidsmakers oog hebben voor de eventuele negatieve bijeffecten van beleid). Marieke Breed en ik schreven al eerder: ‘Bewoners aandachtswijken voelen zich klein gehouden door onderzoekers en beleidsmakers’ (Sociale Vraagstukken, 17 januari 2022). Door de enorme aandacht, al dan niet in de vorm van wijksafari’s, ontstaat participatie-moeheid en wordt het wantrouwen jegens onderzoekers en professionals vergroot. Dit werkt polarisatie verder in de hand, want wie de ander niet vertrouwt, sluit zich af, keert zich af of zet zich af.

      Ten eerste is het van belang om te checken in hoeverre vragen waar we mee ‘de wijk in gaan’ normatief van aard zijn. Vragen als ‘hoe vaak sport jij?’ en ‘heb je gestemd?’ geven de ontvanger al een zeer duidelijk beeld van wat het goede antwoord zou moeten zijn en daarmee meteen ook een stempel als wel of niet ‘voldaan aan de norm’. Maar het gaat verder dan dat. We moeten ons meer bewust zijn van de waarden en ideologische grondslagen waarmee het onderzoek begint, die bepalen hoe en met wie we dit uitvoeren en die daarmee vorm geven aan de resultaten, conclusies en aanbevelingen. Hier hebben we niet altijd evenveel invloed op, omdat we stevig worden gestuurd en beperkt door de hiërarchische (financiële) machtsstructuren die onderzoek in steeds grotere mate beïnvloeden. Maar als we dit niet meer gaan expliciteren en bevragen, en op basis hiervan de verbinding proberen te maken met bewoners, professionals en de beleidspraktijk – waar heel andere waarden en ideologische grondslagen ‘de norm’ kunnen zijn – blijft de kloof alleen maar groeien.

      Zo kan onderzoek naar burgerparticipatie of het verkleinen van gezondheids­verschillen evident zijn vanuit ons oogpunt, maar moeten we niet vergeten dat er grote groepen bewoners, professionals, beleidsmakers en politici zijn die deze zaken totaal niet het nastreven waard vinden of hier heel anders naar kijken. Als we bewust of onbewust voorbijgaan aan het feit dat veel onderzoek voortkomt uit bepaalde ideologische, politieke of culturele normen en waarden, zetten we ons werk grotendeels buitenspel ten aanzien van het maatschappelijke debat. We missen dan de mogelijkheid om aan te sluiten bij andersdenkenden en onderdeel te worden van een democratische dialoog. Maar bovenal vergroten we de afstand tot groepen die vanuit andere ideologische, politieke of culturele normen en waarden de wereld bekijken.

      Als we vervolgens sessies organiseren met geïnteresseerden, ‘best persons’ zoeken en gaan co-creëren met diegenen ‘waar energie in zit’, wat is dan de waarde van ons onderzoek en de aanbevelingen? En waarom zouden mensen met andere ideeën hier überhaupt kennis van nemen? Als we de kloof tussen wetenschap en beleid – maar ook de maatschappelijke kloof – willen overbruggen, is het dan niet tijd om dit ook in ons eigen onderzoek te doen? Moeten we niet vanaf de start al andere politieke, ideologische en culturele perspectieven meenemen? Tegengeluiden includeren? Kijken naar vormen en uitkomsten die bij een breder publiek aansluiten?

      Wanneer we dit niet doen, zetten we de deur wagenwijd open voor frames als ‘linkse hobby’s’, met alle (gebrek aan) gevolgen van dien. En laten we wel wezen: zoals dat werkt met framing, zit in dit frame natuurlijk vaak een kern van waarheid, al is het niet het hele verhaal. Om met onderzoek maatschappelijke impact te kunnen maken, zullen we de eigen normatieve kaders beter onder de loep moeten nemen én onderdeel moeten maken van het onderzoek en het verhaal daarover. Op die manier kan onderzoek helpen de kloof te overbruggen. Maar hierin ligt een belangrijke taak voor de wetenschap: wij kunnen alleen een onderdeel zijn van de oplossing, als we ook gaan zien hoe we onderdeel van het probleem zijn.

Reageer

Tekst


Print dit artikel